Uitleg · Leningen
Annuïtair vs. lineair aflossen
Bij beide vormen los je de lening volledig af, maar de verdeling tussen rente en aflossing verschilt. Dat bepaalt je maandlast én hoeveel rente je in een specifiek kalenderjaar betaalt.
De verschillen op een rij
| Onderdeel | Annuïtair | Lineair |
|---|---|---|
| Maandbedrag | Gelijk gedurende de rentevaste periode | Start hoog en daalt elke maand |
| Aflossing | Klein in het begin, groeit later | Elke maand hetzelfde bedrag |
| Renteverloop | Blijft langer hoog, dus meer rente over de looptijd | Daalt snel, dus in totaal minder rente |
| Fiscaal | Hogere aftrek in de eerste jaren (bij aftrekbare rente) | Aftrek loopt sneller terug |
Rente per kalenderjaar
De rente van een maand bereken je over de openstaande schuld aan het begin van die maand: schuld × (jaarrente ÷ 12). De jaarrente is de som van de twaalf maandbedragen. Werk je met terugwerkende kracht, vul dan de beginstand per 1 januari en de eindstand per 31 december in; wijkt het resultaat af, dan zat er meestal een extra aflossing of een rentewijziging in dat jaar.
Geldverstrekkers rekenen soms per dag in plaats van per maand. Een verschil van enkele euro's per jaar met de jaaropgave is daardoor normaal; houd de jaaropgave leidend voor je aangifte.
Veelgemaakte fouten
- De rente van het hele jaar over de beginstand rekenen: de schuld daalt elke maand, dus dat geeft te veel rente.
- Een extra aflossing meetellen zonder te kiezen of de looptijd korter wordt of de termijn lager.
- Aflossing als kostenpost opvoeren: alleen de rente is (onder voorwaarden) aftrekbaar.
- Een rentewijziging halverwege het jaar vergeten, waardoor de berekende eindstand niet klopt met de jaaropgave.
Zelf doorrekenen
Vul hoofdsom, rente en looptijd in en zie direct de rente per jaar, inclusief extra aflossingen en rentewijzigingen.
Naar de leningtool