Betalingskenmerk invullen: zo betaal je de Belastingdienst correct
Een aanslag betalen lijkt eenvoudig, maar het betalingskenmerk bepaalt bij welke belastingsoort, welk tijdvak en welk jaar je betaling wordt geboekt. Vul je niets in of gebruik je een verkeerd kenmerk, dan komt je geld wel aan maar niet op de juiste aanslag. Zo vul je het correct in.
Waar vul je het betalingskenmerk in?
Bij een gewone bankoverschrijving vul je het 16-cijferige betalingskenmerk in het veld voor de betaalreferentie in — bij de meeste banken heet dat veld 'betalingskenmerk', 'kenmerk' of 'omschrijving'. Gebruik je een acceptgiro-achtige betaallink vanuit het portaal, dan is het kenmerk meestal al ingevuld.
Let op: gebruik je het vrije omschrijvingsveld, dan zet je het kenmerk als enige nummer in de omschrijving, zonder extra tekst. Tekst eromheen kan de automatische verwerking verstoren.
Stap voor stap betalen
- Zoek het betalingskenmerk op de aanslag (bij de betaalgegevens) of leid het af uit het aanslagnummer.
- Controleer het kenmerk: decodeer belastingsoort, tijdvak en jaar en vergelijk met de aanslag.
- Maak het bedrag over naar het op de aanslag vermelde rekeningnummer van de Belastingdienst — dat verschilt per belastingsoort.
- Vul het 16-cijferige kenmerk in als betaalreferentie, zonder spaties of letters.
- Betaal vóór de uiterste betaaldatum; de datum op je bankafschrift is leidend.
Als je het kenmerk bent vergeten of fout hebt ingevuld
Een betaling zonder kenmerk wordt door de Belastingdienst handmatig of op naam geboekt — dat duurt langer en kan op de verkeerde aanslag terechtkomen. Je krijgt dan een betalingsherinnering terwijl je al betaald hebt.
Betaal je met het kenmerk van een oud tijdvak, dan wordt je betaling op dat oude tijdvak geboekt. De actuele aanslag blijft open staan, met belastingrente en een eventuele verzuimboete tot gevolg. Neem in dat geval contact op met de Belastingdienst om de betaling te laten verleggen, en betaal de openstaande post alsnog met het juiste kenmerk.
Voor administratiekantoren: voorkom herhaalfouten
Wie voor meerdere klanten betaalt, maakt dezelfde fouten structureel: kenmerken uit oude boekingsvoorstellen, of kenmerken van de verkeerde klant. Bouw een vaste controle in: decodeer elk kenmerk vóór betaling en match tijdvak en jaar aan de aangifte. Met een historie per dossier hoef je bovendien nooit te gissen welk kenmerk je eerder hebt gebruikt.